Koekelkoren en van Walle schrijven geschiedenis

Dries Koekelkoren en Tom van Walle hebben er drukke weken op zitten. Succesvolle weken ook, want het nationale beachteam stoomde na het binnenhalen van de Belgische titel meteen door naar een ongeziene prestatie op het EK beachvolleybal in Jurmala. Het duo eindigde vierde. Nooit deed een Belgisch mannenteam hen dat voor.

Op het WK in Wenen verrasten de Belgen nog door de bronzen medaillewinnaars van Rio, het Nederlandse duo Brouwer-Meeuwsen, uit het toernooi te wippen. Op het Europees kampioenschap konden ze dat huzarenstukje spijtig genoeg niet herhalen. Zowel in de poulefase als in de latere strijd om het brons moesten Koekelkoren en van Walle hun meerdere erkennen in onze Noorderburen.

Maar we tekenen vooral op dat het tweetal de kleine finale haalde op het EK. Een prestatie waar ze behoorlijk trots op mogen zijn. Toch is het eerst de teleurstelling die bovenkomt, wanneer we Tom van Walle enkele uren na de wedstrijd horen. “Momenteel zijn we nog ontgoocheld. Je eindigt een goed toernooi met twee verlieswedstrijden. Dat blijft hangen. Zeker in de halve finale hadden we kansen om door te stoten en dan zou je kunnen strijden voor het goud. Voor mensen die graag winnen, zoals wij, is een vierde plek wat ondankbaar.” (Lees verder onder de foto.)

Anderzijds weet hij ook wel dat hij samen met zijn partner ons land op de beachkaart heeft gezet. “De ontgoocheling zal verteren en we weten uiteraard dat we een super prestatie hebben neergezet. Eentje die belangrijk is voor de toekomst. Bovendien hebben we nu weer heel wat aandacht gekregen in de media. Toch een extra bewijs dat we goed bezig zijn. Ook het moment waarop we ons kwalificeerden voor de halve finale, een mijlpaal, zal bijblijven. Vooraf hadden we getekend voor een vijfde plaats en kijk, we eindigen hoger. We hebben dus boven de verwachtingen gepresteerd.”

Goud in eigen land

Enkele dagen voor hun knalprestatie in Jurmala haalden Koekelkoren en van Walle voor het vierde jaar op rij de nationale titel binnen. Op het evenementenstrand van Knokke waren ze in de finale te sterk voor de broers Lander en Louis Vandecaveye. Een vanzelfsprekendheid voor velen, maar niet voor de kersverse kampioenen, zo laat van Walle verstaan. “De mensen verwachten het inderdaad, maar dat maakt het nog niet vanzelfsprekend. Je hoort velen inderdaad zeggen dat het voor ons waarschijnlijk een makkie wordt en het lijkt alsof we er niet meer om moeten spelen, maar zo werkt het niet. Het niveau in België is aan het stijgen. Er zijn wel wat ploegen, zeker bij de mannen, die ook beginnen proeven van het internationale circuit. We moeten telkens zeer geconcentreerd aan de start van een wedstrijd verschijnen en de tegenstand niet het gevoel geven dat er meer inzit.”

Hoeveel waarde heeft zo’n landstitel voor een team dat meedraait op internationaal niveau? “Nog genoeg”, verzekert van Walle. “Het is een bevestiging dat we op de goede weg zijn. En dat we verdienen om gesteund te worden door de federatie. Het is fijn om te kunnen bewijzen dat we na al die jaren samen nog altijd de beste zijn in België. Bovendien spelen we het nationale kampioenschap gewoon ook graag. Het is leuk om in eigen land te spelen en om zoveel mogelijk Belgische titels bijeen te rapen. Het is een prima combinatie van verschillende factoren: plezier, eergevoel en prestatiedruk.” (Lees verder onder de foto.)

Nodige ambitie

Het duo blikt alvast terug op de voorbije maanden met een positief gevoel. “We zijn tevreden met wat we bereikt hebben. In het begin was het wat zoeken, maar na een tijdje wisten we op de grotere toernooien te winnen van enkele goede ploegen. En andere teams beginnen intussen rekening te houden met ons. Ze weten dat ze tegen ‘de Belgen’ niet zomaar gemakkelijk zullen winnen, maar stevig uit hun pijp moeten komen. Dat is een gunstige evolutie”, weet van Walle. “Uiteindelijk hebben we op de grote afspraken goed gepresteerd: het WK, het BK – zoals iedereen had verwacht – en het EK. Wie weet betekent dat nu ook een extra financieel duwtje in de rug van de overheid, zodat ons project zeker kan blijven bestaan.”

Of er naast het EK og neen prestatie is die er boven uitspringt? “De negende plek op het WK en eigenlijk zelfs nog meer de overwinning tegen Brouwer-Meeuwsen. We wisten dat we in onze poule zeker tweede konden eindigen en deden dat ook, maar niet altijd met even mooi volleybal. In de volgende ronde lootten we dan meteen de Nederlandse kleppers. Tot onze verbazing toch konden we die wedstrijd winnen. Dat deed heel veel deugd. Daar put je zelfvertrouwen uit. Die boost is het voornaamste: we weten nu dat we tegen zulke topploegen mogen starten met de nodige ambitie.”

Schop onder de kont

Het duo maakt progressie, zoveel is duidelijk. De verklaring voor die opwaartse beweging? “Hard trainen!”, lacht van Walle. “En het feit dat we het stilaan gewoon beginnen geraken om te acteren op hoog niveau. Bovendien zijn Dries en ik als team ook gegroeid, omdat onze communicatie duidelijker en gerichter is geworden. We leren elkaar nóg beter kennen op het veld, ook al spelen we al zo lang samen. Vroeger ging ik bijvoorbeeld conflicten steevast uit de weg, om de rust te bewaren. Maar dat is niet altijd de juiste manier. Soms moet je je partner eens een schop onder zijn kont verkopen. Je moet niet per se als beste vrienden van het plein stappen, zolang je nadien alles maar kunt bespreken en de neuzen weer in dezelfde richting laat wijzen. Moeilijk wel voor me, om zo te redeneren. Het is volledig buiten mijn comfort zone. Ik heb geleerd om directer te reageren, en meer om de juiste reden. Klinkt misschien raar en het heeft niet rechtstreeks te maken met de bal tegen de grond slaan, maar onrechtstreeks maakt het een groot verschil.”

Communicatie, het is een aspect waarop hun coach, de Nederlander Michiel van der Kuip, fel hamert, niet alleen in wedstrijdsituaties, maar ook op training. Die nieuwe, voltijdse coach, in hoeverre heeft hij bijgedragen tot hun succes? “Een vraag die we veel krijgen. Een coach hebben is op zich het belangrijkste, maar onze vorige trainers hebben de basis gelegd waarop Michiel kan verder bouwen. Het feit dat het prima klikt is natuurlijk wel een pluspunt. En hij legt wel enkele andere accenten. Niet alleen de technische en tactische kant komen aan bod, maar ook het mentale en de communicatie.”

Koekelkoren en van Walle kunnen nu heel even uitblazen na het EK, maar in oktober gaan ze nog een keer vol aan de bak, op een driesterren toernooi in China.

Tekst: Inne Vanden Brempt

Foto’s: Bart Vandenbroucke

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *