BvB – “Een hoekspeler als opposite? Het heeft zo zijn voordelen”

In de aanloop naar de bekerfinale tussen Roeselare en Menen staat één speler in het bijzonder in de schijnwerpers. Want wanneer talent, doorzettingsvermogen en passie samenkomen op het volleybalveld, krijg je spelers zoals Seppe Rotty in het vizier. Het 23-jarige toptalent van Roeselare is dit seizoen volledig ontbolsterd en ontpopte zich met de vingers in de neus tot een van de meest veelbelovende en veelzijdige spelers in het Belgisch volleybal.

Fysiek, ondanks zijn 1,90 meter, indrukwekkend, want een fenomenale sprongkracht. Technisch van het beste dat ons land momenteel te bieden heeft. Anders slaag je er niet in om tien aces in één wedstrijd te lukken en maak je als receptie-hoek niet zomaar de switch naar de positie van opposite. Dat bewees hij afgelopen weekend nog maar eens door ook Gent aan flarden te schieten met 16 treffers in de 0-3-zege van de Knackies. En dat allemaal na een rollercoaster van een zomer. Maar het seizoen is nog niet afgelopen en Rotty wil nog meer zijn stempel drukken, beginnend dus in het Sportpaleis.

Seppe Rotty staat op een keerpunt in zijn leven, want na een tumultueuze zomer en een sterke start bij Roeselare lijkt hij eindelijk onder stoom te komen. Dat Rotty een speler is om in de gaten te houden, wisten we natuurlijk al langer, maar nu hij ook efficiëntie koppelt aan constante, lijkt de sky meer dan ooit de limit. En wat Rotty nog interessanter maakt – al zeker als gesprekspartner – er staat een goede kop op. Anders kan je geen ambitieuze volleybalcarrière uitbouwen in combinatie met zware studies industrieel ingenieur bouwkunde aan de Universiteit Gent. Schipperen doet hij trouwens niet alleen op het veld, maar ook ernaast. “Ik woon nog altijd bij mijn ouders, dus soms blijf ik eens slapen in Torhout. Al kan het ook bij mijn vriendin zijn, die in de buurt woont, of op haar kot in Gent. Slaapplaatsen genoeg dus”, aldus een opgewekte Rotty die op 12 maart nog altijd maar 23 wordt. De vraag naar het ideale verjaardagsgeschenk zullen we maar achterwege laten.

We zijn eerder geïnteresseerd in een terugblik op jouw zomer. Die leek onverwacht een harde leerschool of heb je dat anders ervaren?

Seppe Rotty: “Het EK… Dat was inderdaad een serieuze uitdaging en een intense periode. Ik begon als een van de minder ervaren spelers en toen viel de ene na de andere hoekspeler uit. Die druk, plus de twijfel of ik wel zou spelen, was zwaar. Maar elke ervaring, goed of slecht, leert je iets.”

Wat heb je dan geleerd? Dat je de hoge verwachtingen tijdens de laatste oefenwedstrijd tegen Nederland, niet kon inlossen?

“Ik was voorbereid om mijn rol te spelen, maar de realiteit van het spelen onder zulke hoge druk was een nieuwe ervaring voor me. Er was twijfel, ja, vooral omdat ik me afvroeg of ik wel klaar was voor die verantwoordelijkheid. Na vervangen te worden na de eerste set in onze openingswedstrijd tegen Italië, speelde ik niet veel meer tijdens het toernooi. Dat was een mentale klap, maar ook een leerrijk moment. Het gaf me een andere kijk op wat nodig is op dit niveau, zowel fysiek als mentaal.”

Wij spraken de bondscoach, mister Zanini, regelmatig voor, tijdens en na het EK en er kwam vaak stoom uit zijn oren als jij ter sprake kwam. Hoe heb je jezelf herpakt en voorbereid op het OKT?

“Ik moest mezelf ervan overtuigen dat ik het niveau aankon en dat was niet makkelijk. Even heb ik zelfs getwijfeld om deel te nemen aan het OKT, maar ik besloot dat ik niet wilde dat mijn internationale carrière gedefinieerd zou worden door die ervaring. Ik begon harder te werken dan ooit, zowel op het veld als mentaal. Toen het OKT eraan kwam, voelde ik dat mijn niveau groeide. Al wist ik ook dat de eerste match tegen Polen cruciaal was. Ik moest starten en speelde één van mijn beste wedstrijden. Dat was het moment waarop ik wist dat ik terug was en een bevestiging dat het harde werk en de mentale voorbereiding hun vruchten afwierpen.”

Na het OKT kwam de start van de competitie met Roeselare. Hoe was het om meteen in de Liga A te springen na zo’n intense zomer?

“De overgang was zeker intens. We hadden amper tijd om adem te halen voordat de competitie begon, ook al was dat na de ontgoocheling van het mislopen van de Olympische Spelen misschien wel precies wat ik nodig had. Het hielp me om gefocust te blijven en niet te veel na te denken over de zomer. “

Straf dat jullie juist verloren tegen jouw ex-ploeg Menen. Een ploeg die zeker bij de start van het seizoen ontgoochelde, ook al wonnen jullie vlak daarvoor wel de Supercup tegen hen.

“De nederlaag tegen Menen was een wake-up call voor ons allemaal. Het toonde aan dat we niets als vanzelfsprekend konden beschouwen, zelfs niet met onze ervaring en talent. De eerste wedstrijden waren cruciaal om een goede start te maken en gelukkig vonden we na die uitschuiver tegen Menen als team snel onze draai. Het beste bewijs is dat we nadien twaalf wedstrijden op rij wonnen, ook al waren er enkele vijfsetters bij.”

Van vijfsetters gesproken, jullie hadden daar kennelijk ook een abonnement op tijdens de Champions League, weliswaar niet altijd in jullie voordeel. Hoe blik je terug op de Europese campagne?

“Toen onze poule bekend raakte, wisten we dat het niet simpel ging worden. Het Turkse Ankara, het Poolse Kedzierzyn en het Griekse Olympiakos zijn kleppers, maar het was een geweldige kans om onszelf te meten met de top van Europa. Je speelt tegen de beste spelers van het continent en dat dwingt je om jouw eigen spel naar een hoger niveau te tillen. We hadden onze momenten, zoals de overwinning tegen Olympiakos, wat aantoont dat we kunnen concurreren op dat niveau. Maar het was ook een realiteitscheck, vooral de wedstrijden die we net niet over de streep konden trekken. Jammer dat we in ‘money time’ drie keer met 3-2 verliezen en daardoor de CEV Cup mislopen. Eén tiebreak in ons voordeel had voldoende kunnen zijn.”

De laatste wedstrijd tegen Kedzierzyn, waar jullie 0-2 en 12-15 voor stonden in de derde set, maakte de uitschakeling dan nog eens extra zuur.

“Maar het heeft ons als ploeg wel geconfronteerd met de realiteit van wat nodig is om op het hoogste niveau te presteren. En ik heb veel geleerd over mezelf, mijn spel, en waar ik moet verbeteren.”

Dat hebben we gezien tijdens de laatste weken van de competitie, die enkele opmerkelijke momenten opleverden. We denken spontaan aan jouw indrukwekkende prestatie tegen Achel met 10 aces, waarvan 7 opeenvolgende in de derde set. Ooit al meegemaakt?

“Nee en ik denk niet dat ik dit ooit nog zal evenaren (lacht). Het is wel een zeer fijn gegeven als je voelt dat je ineens in zo’n flow zit en plots elke service valt waar je hem wilt hebben. Voor mij persoonlijk was het een bevestiging van de harde arbeid in training, vooral in functie van mijn service. Het is een wapen waarmee ik wil blijven evolueren. Voor de ploeg en het volleybal in het algemeen was het ook interessant, want het heeft extra aandacht gecreëerd. Als Sporza zelfs een reportage komt draaien, dan weet je het wel.”

Nog opmerkelijk: door de blessure van jullie Mexicaanse opposite, Diego González Castañeda, heb je de switch gemaakt naar de opposite. Had je daar ooit al eens gespeeld?

“Eén keer, toen ik nog bij Menen speelde, in een halve finale van de beker, omdat Lou Kindt zich had geblesseerd.”

Maar ondertussen is Castañeda al een tijdje terug na het breukje in zijn rechterhand en toch blijf jij staan. Zie je een toekomst weggelegd als opposite?

“Nee, absoluut niet. Als je maar 1,90 meter groot bent, moet je daar realistisch in zijn. Maar een hoekspeler op de opposite? Het heeft zijn voordelen. Zo kan je tegen topploegen bijvoorbeeld met vier in receptie staan. Bovendien heb ik nog harder leren meppen en nog meer focus gelegd op mijn sprongkracht en opslag.

In verband met Castañeda: zijn aanpassingsperiode is begrijpelijk, gezien het verschil in speelstijl en communicatie binnen het team. Hij sprak in het begin amper Engels en bij Roeselare speelt er als eerste opposite toch wel wat druk. Nu is het aan hem om geduld te blijven oefenen en hard te blijven werken.”

Dat zullen jullie ook moeten doen in de bekerfinale tegen Menen, ook al verliep de generale repetitie tegen de ploeg van jouw ex-coach Frank Depestele vlekkeloos met een droge 0-3-zege.

“Ik ken Frank inderdaad goed en hij zal wel een plannetje klaar hebben om ons proberen te verrassen. Natuurlijk zijn we op papier favoriet, maar Menen zal zich niet zomaar gewonnen gegeven.”

Je hebt in elk geval goede herinneringen aan het Sportpaleis. Vorig seizoen kreeg je er jouw eerste basisplaats na die vervelende polsblessure en het leverde Roeselare meteen haar vijftiende beker op, de zevende zege uit de laatste acht edities.

“Voor mij persoonlijk was het dubbel genieten, want het was ook meteen mijn eerste beker. Het winnen van de komende bekerfinale zou een bekroning zijn van het harde werk van het hele seizoen. Persoonlijk zou het een ongelooflijk gevoel zijn en een bevestiging van mijn bijdrage aan het team, want eindelijk kan ik mijn stempel drukken.”

En toch, het is van moeten hé voor Roeselare. Dat zal extra druk opleveren.

“Dat klopt. Bij Menen verwacht niemand iets en bij ons verwacht iedereen alles. Ons doel dit seizoen is de dubbel, dat is duidelijk. Kijk, Roeselare is een club met een rijke geschiedenis en een cultuur van winnen. Gelukkig zijn we het ondertussen gewoon om met die druk om te gaan, want we zijn het aan onze stand verplicht om te winnen en opnieuw geschiedenis te schrijven.”

Tekst: Kenny Hennens

Foto’s: Jan Vanmedegael