BvB – Dennis Deroey: “Plaskie en Rotty zetten enorme stappen vooruit”

Hij draait al vele jaren mee aan de top van het Belgisch volley – één jaartje zelfs van het Duitse volley – en vorig jaar werd hij zowaar voor de tweede keer met zijn maatje Martijn Colson Belgisch beachkampioen. Toch is er nog expansieruimte in de prijzenkast van Wespelaar Dennis Deroey. Een nieuwe bekerwinst bijvoorbeeld met Knack Roeselare, want qua bekerfinales staat hij nog in het rood als hijzelf goed geteld heeft.

Al kunnen die cijfers nog naar de positieve kant overhellen, want libero Dennis Deroey versierde bij Roeselare nog een contract van twee seizoenen na het einde van deze competitie.

 En nochtans, moet hij met zijn 36 jaar niet zowat de oudste speler zijn uit de Liga?

Dennis Deroey: (lacht) “Nee, want Gert van Walle is één week ouder dan ik en hij speelt ook nog steeds in de Liga, hoewel hij met zijn drie trainingen per week heel wat minder inspanningen moet leveren. Wat niet belet dat hij een uitstekende seizoenstart kende bij Guibertin en hij nog steeds op een hoog niveau kan presteren.”

Je hebt er intussen wel een rijkelijke loopbaan opzitten op het hoogste toneel met wedstrijden bij VBS Vilvoorde, Heverlee, Averbode, Puurs, Herk-de-stad, Düren, Aalst, Maaseik, Antwerpen, Roeselare. Hoeveel bekerzeges zitten daar al in?

“Dat valt dik tegen. Ik heb eerst vijf keer een bekerfinale gespeeld zonder er ook maar één van te winnen: niet bij Averbode, twee keer niet bij Antwerpen, niet bij Aalst, niet bij Maaseik. Een 0 op 5 dus. In de vier jaar dat ik intussen bij Roeselare speel, is dat gelukkig in positieve zin veranderd. Ik zit aan drie bekers (2020, 2021, 2023) en dan hebben we in 2022 nog verloren van Menen.”

Maar wij hebben de indruk dat je nu duidelijk aan een sterk seizoen bezig bent…

“Ca va. Je hoort mij niet klagen. De receptie verloopt goed en het versturen van de bal gaat prima. Ik heb natuurlijk met Matthijs Verhanneman een uitstekende receptieman. Hij is gespecialiseerd om de ‘float’-opslagen knap bovenhands op te vangen. Op die manier kunnen wij het terrein mooi tussen ons beiden verdelen.”

Nog een merkwaardig feit: jij bent de enige speler die alle matchen al gespeeld heeft. Ook al omdat kampioenenploeg Knack Roeselare jou als enige libero in dienst heeft. Houdt dat geen risico in?

“Natuurlijk is dat een bewuste keuze. In de eerste plaats omdat ik mij fysiek nog uitstekend verzorg, ik zit zelden met blessures en ik heb in al die seizoenen maar één match gemist tijdens de Coronaperiode. Bovendien is de liberopositie een minder belastende plaats in het team. En mocht er toch iets met mij gebeuren, dan heeft Knack met Plaskie en Verhanneman twee spelers achter de hand, die mij perfect kunnen vervangen. Door te kiezen voor slechts één libero heeft de club de kans om op andere posities meer te investeren.”

Je werd vorig seizoen ook uitgeroepen tot beste libero van de Liga, maar toen je beachkampioen werd, stonden jouw aanvallende kracht en doorzicht in de kijker…

“Een beetje logisch dat je in het beach ook aanvallend meer op de voorgrond komt, want je bent daar maar met z’n tweeën en dan moet je sowieso meer shots voor jouw rekening nemen. Het klikt in het beachvolley trouwens uitstekend met Martijn Colson. Ik speel het vooral voor het plezier en het houdt me sterk. En als de trainingen opnieuw beginnen bij Knack Roeselare sta ik op fysiek gebied al ver.”

Nadat het duo Koekelcoren-van Walle stopte in het beachvolley, werden jullie één van de topteams. Nooit Europese ambities gehad?

“Ik denk dat de Vandecaveyes zeker meer trainen dan wij. Bij ons beperkt het zich tot één training per week. En als de kans zich voor doet en we kunnen ergens in het buitenland mee doen aan een toernooi, dan zullen we die kans zeker grijpen. Maar het moet passen bij ons werk en ons familiaal leven. Trouwens, begin april volgt er gezinsuitbreiding – naast onze kinderen van 4 en 6 jaar – en daar zal het allicht bij blijven, maar dat wil zeggen dat ik ook daar een stukje verantwoordelijkheid moet opnemen. Ik blijf in de zomer ook bij Roeselare trainen en toen we in het beachvolley meededen aan de Continental Cup werden we Europees helemaal niet weg gespeeld en dat stemde ons toch ook wel tevreden.”

Jullie coach Steven Vanmedegael waagde zich voor de competitiestart in Volleymagazine aan een gedurfde uitspraak: deze ploeg is sterker dan die van vorig jaar. Juist?

“Ik denk niet dat we een slechter team hebben, maar we werden dit seizoen al geteisterd door pech en een reeks blessures. Zo is onze middenman Lennert Van Elsen er nog steeds niet bij. Maar het was vooral uitkijken naar hetgeen we mochten verwachten van de opvolger van Kukartsev, die soms resultaatsbepalend kon zijn. Het viel in het begin van het seizoen nog wat tegen, omdat hij voor het eerst in Europa speelde, zijn Engels was nog niet zo best wat de communicatie iets moeilijker maakte en dan was hij nog vele weken buiten strijd wegens een polsbreuk. Maar stilaan laat hij zich steeds meer gelden.”

De Belgische kern van Knack Roeselare is eigenlijk al jaren dezelfde: D’Hulst, Verhanneman, Coolman en jij. Op welke manier werden jullie dan versterkt?

“Het viertal dat je noemt, wordt natuurlijk ook elk jaar een beetje ouder. Maar dat wij toch meestal supergoed waren, danken wij ook vooral aan het duo Plaskie – Rotty, die op korte tijd hun niveau geweldig hebben opgetrokken. Simon Plaskie is in de verdediging nog amper uit de ploeg te krijgen. En Seppe Rotty, eigenlijk een receptie-hoekspeler, deed het aanvallend zo schitterend dat hij als een gevaarlijke opposite kan uitgespeeld worden, zodat hij dikwijls ook onze topscorer was. Wat een niveauverbetering bij die twee jonge gasten!

En je mag daar ook nog onze Nederlander Jasper Wijkstra aan toevoegen. Aanvankelijk bleek hij niet zo echt stabiel in zijn optreden, maar ook hij heeft zeer grote stappen vooruit gezet. Zijn harde werk op training wordt nu al regelmatig beloond met een plaats in de ploeg en stilaan toont hij dat hij dit niveau aan kan.”

Al dat fraaie nieuws belet dan weer niet dat jullie Europees uitgeschakeld werden en dat jullie de stunt van vorig seizoen – finale in de CEV Cup – niet konden herhalen.

“Maar daar was dan toch weer een pak pech mee gemoeid. Eén wedstrijd meer gewonnen en we waren tweede geëindigd in plaats van vierde. En de kansen waren er. In Ankara verloren we met 3-2, na een tiebreak van 18-16. Bij het weliswaar gehandicapte Kedzierzyn (nvdr trainer Sammelvuo werd zopas ontslagen wegens ‘mindere prestaties’) stonden we 0-2 voor en verloren we de derde set met 27-25. En we gingen bij Olympiakos winnen. Het was echt een kwestie van details.”

Wat moet je denken van bekertegenstander Decospan Menen?

“Een ploeg met heel afwisselende resultaten. Wij winnen eerst de Supercup van hen, maar enkele dagen later, tijdens de eerste competitiematch van het seizoen, komen ze ons met 1-3 in onze eigen zaal kloppen. Zij wisselen soms super goede dingen af met mindere prestaties. Hun spelgehalte hangt een beetje samen met het ‘je m’en foutisme’ van Dukic. Maar ik ben er zeker van dat zij voor de nodige ambiance zullen zorgen in het Sportpaleis, want ze hebben al redelijk wat bussen ingelegd.”

Maar we mogen toch stellen dat jullie als favoriet aan de bekerfinale beginnen?

“Dat denk ik wel. De meeste spelers van Knack hebben al wel meer ervaring met de unieke sfeer van het Sportpaleis. Maar het blijft natuurlijk een derby, beide ploegen kennen mekaar door en door, al verwacht ik wel dat hun coach Frank Depestele nog wel iets uit zijn hoge hoed zal toveren. Ook al verloren we één keer van hen in de competitie, toch blijven we zeker favoriet, op voorwaarde dat we gefocust aan de opslag verschijnen en geen te zotte dingen op het terrein uitvoeren.”

Mogen we toch spreken van een nivellering in de hoogste volleyafdeling?

“Ik denk inderdaad dat het niveau iets lager ligt dan de voorbije seizoenen, maar ik denk dat het ook te maken heeft met de financiële situatie bij een aantal clubs. Ook bij een aantal topploegen. Maar als ik naar Maaseik kijk, dan zie je dat de kwaliteit die ze in hun ploeg hebben er soms uitkomt en soms ook helemaal niet, zoals vorige week tegen staartploeg Caruur Gent. Onderschat ze echter niet. Het leuke is ook dat nagenoeg iedere ploeg van iedereen kan winnen of verliezen. Ook wij konden drie keer slechts in de tiebreak winnen. Dat zorgt er wel voor dat het een spannende competitie wordt, dat het lang niet vast staat wie bij de eerste zes zal eindigen en dat er dus in vele matchen nog een flinke portie stress mag verwacht worden.”

Tekst: Marcel Coppens

Foto’s: Jan Vanmedegael